Waarom je altijd ‘aan’ lijkt te staan

Misschien denk je weleens: waarom kan ik eigenlijk nooit echt ontspannen?

“Natuurlijk kan ik wel ontspannen. Heel goed zelfs.”
Uit eten, weekenden zonder werk, misschien zelfs een paar weken op vakantie.

En toch… als je goed kijkt naar hoe iemand beweegt, reageert, praat, zie je dat er vanbinnen nog van alles gaande is. Alsof er ergens altijd een motor blijft draaien.

Misschien herken je dat gevoel wel.
Dat je ergens altijd een beetje alert bent. Dat je hoofd niet echt uitgaat. Dat je zelfs wanneer er eindelijk niets hoeft, nog bezig bent met wat er morgen moet gebeuren. Of volgende week.

Een constante activiteit onder de oppervlakte. Misschien spanning. Alsof je systeem nooit helemaal uit staat.

Wanneer rust niet meer vanzelf komt

Op een gegeven moment merk je dat ontspannen niet meer zo vanzelf gaat als vroeger. Vroeger kon je ergens zitten, een boek lezen, een film kijken, en was het ook echt rustig in je hoofd.

Nu zit er vaak een tweede laag onder alles.
Een stemmetje dat denkt aan wat er nog moet.
Een lichaam dat nooit helemaal ontspannen is.
Een hoofd dat alvast vooruit blijft denken.

En ergens voelt dat ook heel natuurlijk.
Het leven raast voorbij. No time to waste.

Misschien ben jij ook iemand die gewend is om veel te dragen. Werk, verantwoordelijkheid, mensen die op je rekenen. Je bent waarschijnlijk goed in schakelen, plannen, oplossen.

Alleen heeft dat ook een keerzijde.
Als je lang genoeg gewend bent om altijd alert te zijn, wordt dat langzaam je default. Je lichaam leert als het ware dat “aan staan” de normale toestand is.

Hoe spanning langzaam normaal wordt

Het verraderlijke is dat het meestal niet begint met een oerknal. Het sluipt er langzaam in.

Eerst is het gewoon een drukke periode. Dan een project dat veel vraagt. Dan een fase waarin er privé ook van alles speelt. Je past je aan. Je zet een tandje bij. Je doet wat nodig is. En dat lukt ook.

Alleen blijft dat systeem daarna vaak nog een tijdje doordraaien. Je merkt het bijvoorbeeld aan kleine dingen.

Dat je moeilijker in slaap komt.
Dat je schouders altijd een beetje opgetrokken zijn.
Dat je adem hoger zit dan vroeger.
Of dat je op een vrije avond nog steeds het gevoel hebt dat je iets moet doen.

Veel vrouwen zeggen dan: “Ik weet eigenlijk niet wanneer de laatste keer was dat ik echt ontspannen was.”

Waarom je hoofd dit niet oplost

Wat doen we dan meestal?
We proberen het probleem met ons hoofd op te lossen.

Nog beter plannen.
Nog efficiënter werken.
Nog meer grip krijgen op alles wat er speelt.

Allemaal logisch. Zeker als je iemand bent die gewend is dingen op te lossen.
Alleen zit het probleem hier meestal niet in je hoofd.

Je hoofd kan bedenken dat het tijd is om te ontspannen.
Maar je lichaam moet dat ook weer leren voelen.

En dat is iets heel anders.
Je merkt namelijk pas op het moment dat je echt stilvalt hoe gespannen je lijf eigenlijk al die tijd is geweest. Omdat het systeem zo lang op scherp heeft gestaan dat het niet meer vanzelf terugschakelt.

Misschien begint het met iets simpels

Het begint meestal niet met een grote verandering.

Het begint met iets veel kleiners.

Met het moment waarop je eerlijk durft te zien dat je eigenlijk al heel lang een beetje ‘aan’ staat.

Dat je gewend bent geraakt aan een lichaam dat altijd alert is.
Aan een hoofd dat nooit helemaal stopt.

En dat je misschien verlangt naar iets anders.

Niet per se een ander leven.
Maar wel een leven waarin je lichaam weer weet hoe rust voelt.

Waarin je niet alleen doorgaat omdat het moet, maar ook weer momenten hebt waarop je echt even uit staat.

Misschien is de vraag eigenlijk heel simpel:

Wanneer was de laatste keer dat je je echt ontspannen voelde?

<
=